» 18 november 2017

Een traantje

Redactie | 15-04-2017
Al vanaf het moment dat ik binnenkwam bij de familie om met elkaar de wensen voor de uitvaart te bespreken stond de zoon van de overledene met enige regelmaat op van de tafel waaraan wij zaten om al ijsberend door de kamer een sigaretje te roken. Een manier voor hem om zijn gedachten op een rijtje te zetten. En af en toe zei hij dan ineens iets als aanvulling wat er aan tafel besproken werd, zoals bijvoorbeeld. 'Nee hoor! Er moeten veel meer ijzerkoekjes zijn...'

Maar ook gedachten die bij hem ineens opkwamen, zoals over de rouwstoet van de kerk naar de begraafplaats. De familie en de gasten zouden achter de rouwauto naar de begraafplaats wandelen. 'Hoe gaan we dat doen als er iemand de stoet wil doorkruisen op de fiets, of in zijn auto? Er moet wel beveiliging zijn!' En zo gezegd, zo gedaan. De zoon zou zelf beveiliging regelen voor de dag van de uitvaart.

Op de dag van de uitvaart kwamen we uit de kerk om naar de begraafplaats te gaan, maar ik zag nog steeds geen verkeersregelaars of beveiligers. Tot ik plotseing op mijn schouders getikt werd en er twee enorme, nors kijkende en gevaarlijk uitziende kerels achter mij stonden die zo uit de serie Penoza leken te zijn gewandeld. De beveiligers...

Na hen de benodigde instructies te hebben gegeven. Gingen wij op weg naar de begraafplaats en deden de heren voortvarend maar netjes hun werk. Ik geloof dat als er al een automobilist zou zijn geweest die van plan was de stoet te doorkruisen, hij dit wel had nagelaten na het aanschouwen van deze enorme kerels.

Na de plechtigheid stonden de twee mannen kaarsrecht, benen wat uit elkaar en de armen gestrekt en de handen gevouwen, langs het pad waar de mensen weer langs liepen bij het verlaten van de begraafplaats, sommige van hen keken bij het langslopen zelfs met enig ontzag vanuit hun ooghoeken naar deze enorme kerels.

Toen de laatste belangstellenden weg waren, liep ik nog even naar deze heren om ze te bedanken. Na een kort gesprekje, waarin bleek dat ze lang niet zo nors waren als zij eruit zagen, liepen wij samen naar de kerk terug. Onderweg draaide een van de mannen zich naar mij om en zei 'Het was wel mooi he'. En heel even dacht ik toch echt hem een traantje te zien wegpinken.
Christian van der Gaag



« Terug