Column: Studenten in het dragersgilde

15-12-2017 Nieuws Gerrit van Dijk

Column: Studenten in het dragersgilde

Het valt even stil als ik de ruimte binnenstap waar zes dragers in het grijs zitten te wachten op hun moment. Bekertje koffie in de ene hand, onvermijdelijke mobiel in de andere. Tot enkele jaren terug was grijs de overheersende haarkleur van degenen die de kist naar het graf brachten. Nu zie ik blond, bruin, zwart, staart, krullen. Studenten hebben de oude kraaien verdrongen in het dragersgilde.

Of het door mijn aanwezigheid komt weet ik niet, maar als het gesprek weer op gang komt, gaat het over hun ervaringen in het werk. Ze vertellen kleurrijke verhalen over wat ze zoal tegenkomen. Over het sluiten van kisten en hoe die soms niet horizontaal het huis kan verlaten.

Maar wat opvalt is dat ze vooral hun eigen overledenen noemen. Hoe het ging met hun oma. Of met hun vader die in Turkije begraven ligt. “Ik weet dus nu al waar ik kom te liggen. Naast hem.” “Wil je dat echt?” “Nou ja, als ik me nu verslik in een slok koffie dan wil ik wel in Nederland begraven worden. Voor mijn moeder en mijn zussen.”

Het is niet eens heel goed te zien en zeker niet te horen aan hun Nederlands, maar deze zes zijn een multiculturele mix. Zeker drie hebben een migratieachtergrond ook al stond hun wieg hier. Eén overweegt serieus om terug te gaan naar Turkije. Ik spits mijn oren bij zijn motivatie. “Turkije zit economisch in de lift. Ik denk dat ik daar meer kansen heb dan hier. Het is alleen dat Erdogan momenteel ruzie maakt met iedereen, maar als dat over is….” Zo nuchter kan je er dus ook tegen aan kijken.

Na de uitvaartdienst schouderen ze de kist en schrijden naar buiten. Ik zorg dat ik altijd voorop loop in de stoet. Buiten moeten we wachten tot alle aanwezigen zich in hun jas gehesen hebben. Het is zowaar droog. Maar de wind heeft over de Waterweg vrij spel en beukt in vlagen plagerig tegen de kist. De jonge garde geeft echter geen krimp. Strak voor zich uit blikkend wachten ze op het commando dat ze met links mogen beginnen.

Na afloop kom ik ze binnen nog even tegen. “Knap dat jullie overeind bleven met die wind”, zeg ik tegen twee van hen. “Ja, het was wel even spannend, maar gelukkig ging het goed.” En even neem ik mij spreekwoordelijke hoed voor ze af. Hopelijk niet als laatste groet.

Gerelateerd
Reacties