Categorieën

Service

Kansenatlas leert: 'opklimmen' is mogelijk maar lastig

Kansenatlas leert: 'opklimmen' is mogelijk maar lastig
Nieuws

Kansenatlas leert: 'opklimmen' is mogelijk maar lastig

  • Redactie
  • 07-03-2021
  • Nieuws
Kansenatlas leert: 'opklimmen' is mogelijk maar lastig

Hoe roder de gemeente, hoe meer het inkomen van een 28-jarige afhangt van dat van de ouders; bron: Kansenatlas SEO


MAASSLUIS – Is Nederland nu het land van de onbegrensde mogelijkheden of blijft het toch ‘als je voor een dubbeltje geboren bent...’. En doet Maassluis dat anders? Het zijn vragen die te beantwoorden zijn voor wie de tijd neemt om te duiken in een instrument dat sinds gisteren online beschikbaar is: de Kansenatlas.

Dat is een site vol gegevens, voornamelijk verkregen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en door kwantitatief onderzoek van bureau SEO toegankelijk gemaakt. Zo valt er te lezen dat het gemiddelde persoonlijk inkomen van een Maassluizer van 28 jaar 35.331 euro is. Maar dat is een gemiddelde: de 28-jarige stadgenoot met ouders die een hoog inkomen hebben, heeft zelf een inkomen van 38.275 euro gemiddeld. Voor een leeftijdgenoot met ouders die een gemiddeld inkomen hadden, ligt het eigen inkomen op 35.693. En Maassluizers geboren uit een gezin dat tot het armste deel hoorde, komen op hun 28ste gemiddeld op 33.074 als inkomen.

Zo kun je zeggen dat het gezin en de achtergrond waaruit je komt, voor Maassluizers die hun werkzame leven net zijn begonnen, een forse rol speelt. Het nest waaruit je komt bepaalt al voor ruim vijfduizend euro het in inkomen.

SEO plakt er ook getalletjes op. Als het gaat om ‘kansengelijkheid’, afgemeten aan het persoonlijk inkomen van 28-jarige, komt Maassluis tot het cijfer 0,24. Hetzelfde geldt voor Schiedam. Voor Rotterdam en Vlaardingen komt het bureau op 0,26, voor Midden-Delfland is dat 0,15. Ter vergelijk: voor hoofdstad Amsterdam hanteert SEO het kansengelijkheidscijfers 0,18 waar het gaat om de relatie tussen het inkomen van een 28-jarige en dat van zijn of haar ouders. Hier geldt dus: hoe hoger het getal, hoe meer het inkomen wordt bepaald door de afkomst.

Dat gaat dus voor een deel over de start die je maakt in het leven: opleiding en daarna de eerste baan. Maar blijft dat ook zo, als de Maassluizer ouder wordt? SEO zette ook de kansengelijkheid op een rijtje voor veertigjarigen. Dan gaat het erom het inkomen op 28-jarige leeftijd te vergelijken met dat van de veertiger. Op die leeftijd verdient een Maassluizer gemiddeld 36.353 euro, zo’n drieduizend euro meer dan twaalf jaar eerder. Hierbij hoort volgens SEO het kansengelijkheidsgetal 0,63. Het gaat dan om de kansengelijkheid voor het inkomen van een veertigjarige ten opzichte van de 28-jarige. Dat is de sterkste relatie in de regio: in Vlaardingen is het cijfer 0,62, in Schiedam 0,58, in Rotterdam 0,57. Voor Midden-Delfland geldt 0,35 en voor Amsterdam 0,5. In al deze gemeenten hangt het inkomen op veertigjarige leeftijd dus minder dan in Maassluis af van wat iemand als 28-jarige verdiende.

Een Maassluizer met een wat mindere start blijft dus relatief op achterstand. Een stadgenoot die in die groep zat heeft als veertigjarige een persoonlijk inkomen van 26.941. Dat is opvallende laag. In Rotterdam komt iemand in dezelfde omstandigheden bijvoorbeeld tot 30.498 euro. Wie begon in de middengroep komt twaalf jaar later gemiddeld tot een inkomen van 35.519. De evenoude Maassluizer die begon in de groep met de hoogste inkomens verdient twaalf jaar later 44.066.

Zo zet de Kansenatlas allerlei gegevens op een rij. Want behalve het inkomen wordt ook de kansengelijkheid waar het gaat om scholing, gezondheid en arbeidsparticipatie op een rij gezet.

Het vergt grootscheepse studie om al deze gegevens voor Maassluis te werken naar harde conclusies. Misschien iets voor burgemeester & wethouders?

SEO durft wel een conclusie aan: waar Nederland bekendstaat, en Nederlanders zichzelf zien als land van de gelijke kansen voor ieder, geven de cijfers een ander beeld. Het onderwijs is niet die grote gelijkmaker die velen er in zien, zo stelt directeur Bas ter Weel in NRC Handelsblad. “Het onderwijs is de grootste motor van de ongelijkheid.”