Het knapt er echt van op

06-08-2020 Onderwijs Herman Stel

Het schoolplein werd opgehoogd en opnieuw ingericht. Het moest echt fantastisch worden. Een prijzig ontwerpbureau, ik zal het maar Groeneboom noemen had zo’n vier jaar ervoor een ontwerp gemaakt. Dat was uitgebreid besproken met allerlei gemeenteambtenaren, daarna herzien, weer besproken, opnieuw herzien en wederom besproken en herzien. En nu na vier jaar was men met de uitvoering bezig.

Grote vrachtwagens vol zand, shovels, meestal drie tegelijk, enorme graafmachines stormden met brullende motoren af en aan. Dat kon niet in de zomervakantie. Dat moest nu. Tijdens de les. Dat kon niet anders. Zelfs de burgemeester schudde zijn hoofd, toen hij probeerde voor te lezen aan de kleuters. Het lukte hem niet boven het lawaai van de graafmachines uit te komen. Maar ja, hij kon er ook niks aan doen. Hij had wel met de leerkrachten te doen.

Al die plannen voor de herinrichting heb ik nooit mogen bekijken. Het ging om herinrichting van de openbare ruimte. ,,Dus wat heeft zo’n schooldirecteurtje daar nu mee te maken? Die heeft er toch geen verstand van.'' En dus zat ik nu met de gebakken peren. Elke dag mocht ik tegelzetters en ander soort grondverplaatsers aanspreken op de meest belachelijke zaken.

Op een van die dagen zat er één vlak onder het raam van een klas luidkeels roepend naar zijn maten, ontzettende harde dreunen uit te delen met zijn rubberhamer op de zich blijkbaar hevig verzettende trottoirtegels. Dat laatste concludeerde ik uit het feit dat de man zich voortdurend uitte door middel van een toch blijkbaar zeer beperkte woordenschat aan krachttermen. Zijn stoere werkradio brulde intussen zo’n 120 decibel de wijk in.

Mijn collega, die de klas ernaast in bedwang probeerde te houden kwam met een rood hoofd naar mij toe. Of ik er iets van kon zeggen.

Natuurlijk spoedde ik mij, uit hoofde van mijn belangrijke functie, als reddende engel op de onverlaat af. 'Meneer! Meneer!', riep ik. Hij hoorde me niet. Natuurlijk niet. Ik herinnerde me mijn diensttijd, toen ik een keihard 'Oiiii' over het plein brulde. Dat brullen van commando’s was ik nog niet verleerd. De man keek verbaasd in mijn richting. Een paar holle ogen, die een IQ van toch zeker wel 30 verrieden, keken mij enigszins verbolgen aan.

Ik vroeg hem op mijn meest vriendelijke manier of zijn radio uit mocht. Hij vroeg waarom dat moest. Daarop antwoordde ik hem, dat er een klas les kreeg en die hadden last van hem. Waarop hij weer vroeg waar die klas dan wel zat. Ik wees hem op het raam waar hij pal onder zat.

Met een ophalen van zijn schouders zette hij de radio een heel klein beetje zachter. 'Nog iets meer of uit?', was mijn smeekbede. Dat was te veel gevraagd. Liplezend zag ik dat onze Lieve Heer hem mocht verdoemen. De radio werd nog een fractie zachter gezet, opgepakt en vervolgens in de vensterbank van het bewuste klaslokaal geplaatst. Ik zag aan zijn ogen, dat de rek er verder uit was.

Ik durfde hem niet te vragen of hij zelf kinderen had. Moge zijn smeekbede uitkomen. Hij wil het immers zelf!



Gerelateerd